Ik trap zo hard als ik kan op mijn gammele roze fiets. Berg op en wind tegen, ik had het niet beter kunnen treffen. Snel gooi ik mijn fiets tussen de andere schroten op het station en ren het perron op. Als ik de trap op ren klinkt het NS deuntje over het hele station. De trein van zeventien uur zeven heeft een vertraging van ongeveer vijf minuten. Mijn rode hoofd en gehijg zijn dus helemaal niet nodig gewest. Chagrijnig loop ik de laatste paar treden op en grijp kreunend naar mijn voeten. Nadat ik wekenlang niet meer op hakken heb gelopen draag ik ze vandaag weer. Het was de laatste schooldag voor de zesdeklassers en als afscheidscadeau is de gehele jaarlaag in nette kleren op school gekomen om op een groepsfoto te gaan.
Mijn blik dwaalt van de borden naar een man die in pak naast een koffertje staat, hij heeft een frons in zijn voorhoofd maar als hij mij ziet kijken ontspant zijn gezicht. Ongegeneerd staart hij mij enkele seconde aan en ik bid vurig dat mijn hoofd niet nog roder wordt, dan zijn de twee groene ogen al ergens anders op gefocust.
Verveeld speel ik met het koortje van mijn I pod, maar als ik vanuit mijn ooghoeken zijn kant op kijk vang ik zijn blik. Hij lacht, ik lach terug. Het is een leuk spelletje geworden om de tijd mee te doden en hij speelt mee. Als de trein eindelijk aan komt rijden blijkt het maar een derde te zijn van wat normaal de Intercity is, iedereen probeert zich erin te wurmen en tevergeefs sta ik in de rij bij de deur. Ik heb eigenlijk niet veel zin om een sardientje te spelen en om de rit te blijven staan op mijn pijnlijke voeten.
Ik draai me om en loop naar de andere kant van het perron waar de stoptrein staat te wachten. De man in pak staat nog steeds onder het bord en een oud vrouwtje hem vraagt of dit de stoptrein is, op dat moment loop ik net langs hen heen, graai een oortje uit mijn oor en begin tegen het vrouwtje te praten. Hij kijkt me geamuseerd toe als ik haar voor de derde keer uitleg dat dit wel zeker de stoptrein is, maar zegt niets. Ik stap de trein in en besluit het spelletje door te spelen. Als ik bij het raam zit gluurt hij even naar me vanuit zijn ooghoeken en begint dan te lachen. Hij drentelt wat rond op het perron en opeens staat hij voor het raam. Hij houdt zijn treinkaartje voor mijn neus; bestemming Schiphol. Ik haal mijn schouders op en kijk hem aan, dit spelletje wordt opeens wel erg interessant. Zijn mond beweegt, ik sta op en duw het raampje open. Inmiddels zijn alle ogen in de coupé op mij gericht. De mond van mijn overbuurvrouw zakt een klein beetje omlaag en ik grinnik.
‘Hoi!’ zeg ik en kijk hem in zijn ogen aan. Felgroen. Zo groen dat ze me even van mijn stuk brengen en dat ik niet hoor wat hij zegt.
‘Eh… wat?’ vraag ik schaapachtig, maar hij is de gene die zich verontschuldigd. In het Engels.
‘Yeah, because I don’t speak Dutch, you know…’ hij zei iets in het Duits, dat was het! Na een paar vragen over waar ik woon, waar ik heen ga en wat ik hier doe, lacht hij een scheef lachje. Ondeugend fonkelen zijn ogen en weer ben ik even van mijn à propos gebracht.
‘Let’s meet for lunch,’ dan kijk ik bedenkelijk, ik ken hem niet, ik weet niet wat hij doet. Is het wel verstandig om met hem af te spreken? Dit spelletje wordt wel erg serieus.
‘Maybe,’ antwoord ik en kijk hem plagend aan.
‘Maybe?’ hij klinkt verontwaardigd en ik moet weer lachen.
‘It depends…’ of je een goede kerel bent of niet, denk ik bij mezelf.
‘It depends… on the time right?’ en hij grijnst als een klein kind. Ik geef me over.
‘Yes, it depends on the time!’
Een halve minuut later zit ik weer op het bankje, het raampje dicht en de trein rijdt. De hele coupé staart me nog steeds aan, en het meisje tegenover me heeft haar mond nog steeds niet helemaal dicht. Ik grijp naar mijn telefoon en met een grijns van oor tot oor sms ik het nieuws door naar twee vriendinnen. Waarop ik tien minuten later op het perron van bestemming hysterisch krijsend aan de lijn ben met een van hen.
mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten